Samen met klanten ontwikkelen
we nieuwe oplossingen


Wärtsilä: scheepvaart kan slimmer en duurzamer

De scheepvaart staat voor grote uitdagingen. De nieuwe emissiewet komt eraan, de digitalisering schrijdt voort en efficiency wordt nog belangrijker dan voorheen.

Maar welke keuzes moet je maken, als grote of kleine reder? Wat is wijsheid? Moet ieder voor zich opnieuw het wiel uitvinden? Niet als het aan Wärtsilä ligt. General manager Market Innovation Teus van Beek schetst hoe Wärtsilä opstoomt naar de toekomst – en wat scheepvaartbedrijven – reders, chargers, havens – daar aan hebben. Concreet.

De nieuwe regelgeving over emissies (zie ook elders in deze WeHighlights) is een uitdaging voor de scheepvaart. Hoe ontwerp je bijvoorbeeld een schip dat twintig jaar mee moet gaan en dat al over een paar jaar veel minder uitstoot mag genereren dan nu? Je kunt niet klakkeloos verder op de oude weg – je moet nadenken over nieuwe concepten die grotendeels klaar zijn voor de nieuwe regels. Maar hoe ziet zo’n concept er dan uit?


Een andere uitdaging die op de maritieme sector afkomt, is gerelateerd aan het bovenstaande: de ontwikkelingen op gebied van stroom als energiebron. In de automotive wereld zien we dat elektrisch rijden veel betaalbaarder is geworden, maar dat is een gevolg van de grote schaal waarop batterijen voor auto’s geproduceerd worden – een schaal die op de scheepvaart niet van toepassing is.


Datzelfde geldt voor de digitalisering die in de hele samenleving oprukt. Ondanks de geweldige kansen die er liggen op dat gebied, worden slimme systemen nog maar mondjesmaat gebruikt in onze branche. Ook daarbij speelt de schaal van de maritieme sector een grote rol. Niet alleen zijn er wereldwijd maar zo’n vijftienhonderd reders; daarvan is ook zo’n tweederde niet groter dan tien schepen. Vooral veel van die kleinere reders zijn terughoudend met investeren en varen vaak nog helemaal analoog.


Daarmee komen we aan een volgende uitdaging: rendement. Want je kunt wel willen investeren in bijvoorbeeld een systeem om (semi)autonoom te varen, maar de kosten daarvan zal je moeten doorberekenen aan je klanten. En die zitten daar helemaal niet op te wachten. Met andere woorden: efficiency wordt nog belangrijker.

Geen producten, maar oplossingen

Als marktleider kent Wärtsilä de verhalen, de vragen, de dilemma’s als geen ander. Daarbij onderkennen wij het grote belang van nieuwe technologieën, met name van digitalisering. Die willen we inzetten om inefficiënte processen binnen de hele transportketen te verbeteren. Hiertoe ontwikkelden we een nieuwe strategie: het smart marine ecosystem. Met deze strategie ontwikkelen we de branche samen met onze klanten en andere partners door tot een gezonde, toekomstbestendige sector. Dat doen we door ons te presenteren als technologie-provider. We denken niet meer in producten, maar in oplossingen voor de uitdagingen van hierboven en in samenhangende systemen. Keywords hierbij: digitaal en elektrisch.

Digitaal

Alle apparatuur op een schip moet met elkaar communiceren. Data moet onderling worden gedeeld – ook met klanten – en gebruikt om het transport efficiënter in te richten. Wärtsilä heeft op dit gebied veel kennis in haar productportfolio, waarmee we operators kunnen helpen met die efficiencyslag. De overname van Transas (softwareoplossingen) en Eniram (data-analyse) past in dit plaatje. Keken we vroeger vooral naar het rendement van een schip, tegenwoordig kijken we naar het vervoer in de praktijk, inclusief de routering, het optimaliseren van de trim en optimaal gebruik van apparatuur.


Neem het verhaal dat je elders in deze WeHighlights kunt lezen over de Noorse ferry die we automatisch hebben laten docken zonder dat er een kapitein aan te pas komt – dat is sneller, dus efficiënter dan handmatig aanleggen. Ook hebben we een test gedaan met waarbij een offshore supply vessel voor de kust van Aberdeen vanuit San Diego, California werd bestuurd. Niet omdat we denken dat volledig autonoom varen binnen een paar jaar business as usual zal zijn, maar om te laten zien dat het al mogelijk is met wat we nu in huis hebben. Met deze technologie kan een reder toe met minder mensen in de motorkamer. Stel dat er een probleem is, wordt dat op afstand uitgelezen door een expert en kan bij wijze van spreken de kok het probleem oplossen met support van die expert op afstand. Ander voorbeeld dat nog in ontwikkeling is: 3D-printing. We kijken continue waar dat wel en niet toepasbaar is of een uitkomst zou kunnen zijn.

ZERO - Floating Distribution Hubs

Elektrisch

Voorstuwing wordt meer en meer een elektrisch verhaal. Op dit moment kunnen we een zeeschip van 80.000 kilowatt nog niet zonder fossiele brandstof laten varen. Daarom werken we ook aan dual fuel, LNG-motoren met gastanks en gasbunkering, zodat emissies sterk gereduceerd worden. Maar hoewel we nog niet helemaal afscheid kunnen nemen van de dieselmotor, kunnen we ‘m wel al kleiner maken met behulp van batterijen. Zo wordt steeds meer realiteit wat een paar jaar geleden nog ondenkbaar was: hybride varen. Wärtsilä heeft hiervoor zelfs al een aparte afdeling in het leven geroepen: Wärtsilä HY.


Had je tot voor kort bijvoorbeeld twee dieselgeneratorsets draaien als back-up, nu kan dat met één dieselgeneratorset en batterijen als spinning reserve. Dat is veel schoner en wordt al toegepast op offshore supply vessels. Voor kleine afstanden is full electric zelfs al een optie. Zo zijn we ook in de binnenvaart al bezig met verschoning. Omdat de vermogens daar lager zijn, red je het eerder met schonere energie. De ervaring die we opdoen met de binnenvaart vormt bovendien een goede leerschool voor oplossingen voor de zeevaart.


Wij denken dat de toekomst ligt in de combinatie van aandrijving plus opslag. Hier komen steeds meer systemen voor en daar kunnen we slimme dingen mee doen. Bijvoorbeeld de motor schoner starten, zonder extra brandstof. Of door bijvoorbeeld wat meer vermogen op een motor te zetten, de batterijen opladen en dan in de haven alleen elektrisch varen. Als je dan in de haven de batterijen weer kunt opladen met groene energie, dan ben je echt bezig met de vergroening van de scheepvaart.

In Noorwegen is dit al realiteit. De veerboot die we lieten autodocken, vaart honderd procent op batterijen die draadloos worden opgeladen via een inductiesysteem dat dicht bij de wand van het schip staat. Hierdoor is er zo’n twintig procent meer tijd om op te laden; dat is een efficiencyslag. Stroom in Noorwegen komt bovendien voor negentig procent van waterkracht, dus je zit hier heel dicht bij zero emission scheepvaart.


Breder gedacht: je kunt de batterijen ook gebruiken om het elektriciteitsnet te stabiliseren. Nu er in Nederland steeds meer lokaal energie wordt opgewekt, doen zich soms problemen voor met de vraag-aanbodafstemming – denk aan de grote uitval eind april rond Amsterdam. Nu moet er soms heel veel buitenlandse stroom ingekocht worden om Nederland overeind te houden. Maar als je containers vol batterijen hebt staan en die linkt aan bijvoorbeeld een windmolenpark, heb je meer opslagcapaciteit paraat en kun je die buitenlandse inkoop voorkomen. Wärtsilä is grootaandeelhouder van Convion, een bedrijf dat zonnecellen ontwikkelt voor land based installaties. Nu is die technologie nog redelijk duur en nog niet geschikt voor hogere vermogens. Maar we kijken wel met een half oog naar toepassingsmogelijkheden voor de toekomst.

“De maritieme sector is versnipperd, maar om een goede toekomst te creëren voor de hele branche moeten we veel sterker samenwerken.”

Innoveren doe je samen

Kortom, er zijn grote uitdagingen, maar er komen ook steeds meer opties. We weten dat klanten onzeker zijn over de toekomst en het lastig vinden om keuzes te maken. Ze hebben wel ambities, maar willen geen extra kosten hoeven doorberekenen aan hun eigen klanten. Als ze ons om advies vragen, zeggen wij daarom niet: kies maar motor A en zie maar. Nee, wij luisteren naar de vraag van de klant, naar waar hij tegenaan loopt, wat hij zou willen, wat efficiënter kan of moet, waar hij misschien zelf al mogelijkheden ziet, en ontwikkelen dan samen een concept dat in enige mate toekomstbestendig is. Dat is de kern van onze werkwijze: samen met klanten duurzaam concepten uitwerken. Daarbij is efficiency leading, want investeringen moeten zich terugverdienen.


In het efficiënter maken van de hele transportketen hebben we meer partijen nodig. Daarom maakt intelligent ports ook onderdeel uit van onze smart marine ecosystem-strategie. Havens kampen met dezelfde vragen als de scheepvaart: wat doen we met LNG, met elektriciteit aan land, wat wordt de brandstof van de toekomst? De biobrandstoffen die wij nu aan het testen zijn wellicht? Wil je de hele keten sluiten, als een waar ecosysteem, kun je niet zonder de havens, de operators, de charters, de technologie providers – het hele gremium. De maritieme sector is versnipperd, maar om een goede toekomst te creëren voor de hele branche moeten we veel sterker samenwerken. Alleen dan komen we er samen beter uit.